Het is allemaal zo alleen soms, zo met al die vreemde mensen om me heen. Dat ze na dagen nog altijd vreemd voor me zijn, en ik ze nu alweer vergeten ben omdat ik straks weg zal zijn. Dat we wel gepraat hebben maar dat ik eigenlijk niets zei.
Morgen zijn we alles weer vergeten. Het is allemaal zo alleen soms, zo met al die vreemde mensen om me heen.
Het moe zijn bemind te worden
[…]
Het moe zijn bemind te worden, werkelijk bemind te worden! Het moe zijn het object te zijn van het pak emoties van een ander! Iemand die vrij, altijd vrij had willen blijven, als een kruier opzadelen met de verantwoordelijkheid om die gevoelens te beantwoorden en het fatsoen zich niet te verwijderen, opdat hij niet denkt dat hij heer en meester is over zijn gevoelens en het hoogste verwerpt wat een menselijke ziel kan geven. Het moe zijn je bestaan totaal afhankelijk te zien worden van de gevoelsrelatie met een ander! Het moe zijn gedwongen te moeten voelen en gedwongen ook een beetje te moeten beminnen, ook al is de liefde niet wederzijds!
[…]
- Pessoa
Dag, vreemdeling
Beste vreemdeling,
Graag was ik wat langer gebleven, maar ik moet m’n weg vervolgen. Het was fijn om even met je samen te zijn. Of samen met je te eten, of een uur naast je in de auto te zitten. Het maakt niet zoveel uit wat je tegen me zei, of wat je niet zei, het gaat erom dat je een deel van m’n reis bent geworden. Je had me niet mee hoeven nemen, je had me niet uit hoeven nodigen in je huis. Bedankt daarvoor, nogmaals bedankt, ik had graag langer gebleven.
Zei je dat reizen meer is dan plaatzen bezoeken? Je hebt gelijk, het is goed om mensen te ontmoeten. Misschien was je niet het soort mens dat ik als vriend kon hebben, het zou zelfs kunnen dat het best fijn was dat ik van je weg kon gaan. Dat jij rechtdoor ging of naar rechts, en ik de andere kant. Echt afscheid nemen is er vaak ook niet bij, afscheid nemen doe je toch ook alleen maar als je samen iets hebt om afscheid van te nemen.
Dag, vreemdeling, ik weet je naam misschien niet eens en anders zal ik hem snel weer vergeten zijn, ik moet m’n reis vervolgen tot de duisternis invalt. Zei je dat het je spijt dat je nooit gereisd hebt? Wel, dat spijt mij ook, ik ga hier rechtdoor.
Vreemdeling, vreemdeling! Misschien kende ik ik je wat beter en wie weet ben ik je naam niet vergeten als ik vanavond in slaap val. Bedankt voor wat je me zei, bedankt voor als ik iets van je geleerd hebt. Wat voor werk deed je ook alweer? Ach, dat doet er toch ook niet toe, ik weet dat je een huis aan het bouwen bent en de auto waar we in reden had er bijna een half miljoen kilometer opzitten.
Dag, vreemdeling, en bedankt dat je m’n pad gekruist bent. Wie weet, het zou ook wel kunnen dat we elkaar beter kenden dan anderen. Misschien zie ik je nog ergens, maar nu moet ik er weer vandoor. Ja, we zien elkaar nog wel, over een jaar of misschien over wat langer. Ik weet het ook allemaal nog niet. Je zegt dat alles goed komt, geloof er zelf ook maar in.
Dag, dag! Bedankt voor het eten dat je voor me maakte en het bed dat je me gaf. Bedankt voor de mogelijkheid om me thuis te voelen op deze vreemde en lege plek. Bedankt dat ik afscheid van je kon nemen.
Het beste, wie weet tot ooit,
Menno
Ps, de muis die onderin je kachel woonde heb ik vannacht met m’n zaklamp van het leven beroofd en naar buiten gegooid. Graag gedaan.